De seizoenen

Om schadelijke insecten tegen te gaan wordt gebruik gemaakt van roofmijt. In de zomer worden deze uitgelegd over nieuwe bomen. Dit overbrengen is eenvoudig. Van bomen waarop roofmijt zit, knippen we scheuten weg. Die leggen we uit op de andere bomen. Het blad verdort, de roofmijt vindt er geen voedsel meer op en loopt vanzelf over op de boom. Daar eet hij dan weer schadelijke insecten op.

Beregenen

Wanneer het in de zomer nodig is, beregenen we de bomen met oppervlaktewater. De droogte van de grond wordt gemeten aan de hand van watermarkers die de zuigspanning van de grond kunnen vaststellen. Hoe groter de zuigspanning, des te droger de grond. In de zomer geven we de bomen niet teveel water om de boomgroei te beperken (‘stressen’). Vlak voor de herfst neemt het beregenen toe. Dit komt ten goede aan de sappigheid van de appels.

Zomerpluk

In augustus plukken we de zomerappels zoals de Delcorf en de Triomphe-de-Vienneperen.

In dit jaargetijde is er meer variatie in het werk. In het oog springend is natuurlijk de bloesem in april en mei.

Bevruchting

In de bloeitijd worden zo’n 40 bijeenkasten gehuurd voor de bevruchting.
Deze blijven vier tot vijf weken staan.
De bijen zorgen ervoor dat het stuifmeel van de bloesem op de stampers van andere bloemen terecht komt.

Nachtvorstbestrijding

Een groot risico in het voorjaar is de nachtvorst. Als de temperatuur onder het vriespunt komt, is de kans groot dat de bloesem schade oploopt aan de vorst. Om dat te vermijden wordt de beregeningsinstallatie aangezet. Zo vormt zich een laagje ijs om de bloem heen, waardoor deze niet bevriest.

Dunnen

In het voorjaar beginnen we met het dunnen van de vruchten. We gaan dan langs de bomen en kijken of er niet teveel vruchten aan de boom zitten. Overtollige vruchten halen we weg om andere meer kans te geven. ’s Zomers gaan we hiermee door. Ook snoeien we wat takken van de boom om het zonlicht optimaal te benutten voor optimale groei en kleur van de appels.

Fertigeren

Met het oog op de groei van de vruchten krijgen de bomen via leidingen in de grond en druppelaars bij de boom voedingsstoffen toegediend. Dit heet fertigeren.

Soms lijkt het erop dat fruittelers in de winter weinig te doen hebben. De boomgaard staat er immers kaal en verlaten bij. Maar niets is minder waar.

Takken snoeien

We besteden heel veel tijd aan het snoeien. We gaan alle bomen langs om deze met de hand te snoeien. Zo houden we de boom mooi in model. Maar zo zorgen we er ook voor dat de andere takken voldoende zonlicht krijgen. Dat is van belang voor de groei en de kleur van het fruit.

Wortels snoeien

Om de groei van bomen in te perken snoeien we ’s winters ook de wortels. Dit gebeurt met een snoeimes achter de tractor dat onder een hoek van 45 graden staat. Het mes wordt 50 cm schuin de grond in geduwd. Aan de oppervlakte blijven we verder weg van de boom, rekening houdend met de voedingsstoffen (fertigeren) die de wortels moeten bereiken. Het snoeien is nodig voor een optimale groei-vruchtverhouding.

Aanplanten

De bijna jaarlijkse aanplant van nieuwe bomen vindt ook plaats in dit seizoen, zo mogelijk vóór half december. Dit gebeurt alleen wanneer de grond droog en bewerkbaar is. Anders wordt het aanplanten verschoven naar de lente.

Basisbemesting

In de winter vindt er basisbemesting plaats door middel van het strooien van korrels.

Sorteren

In de winter gaat het sorteren door. We zijn regelmatig bezig met het leeghalen van koelcellen, het sorteren en het klaarmaken voor transport naar de veiling.

De herfst is natuurlijk de tijd van de oogst, van het plukken. We proberen het plukken zoveel mogelijk te spreiden door vier tot vijf keer langs de bomen te gaan. Dan hebben we een optimale kwaliteit appels. In oktober 2006 was er echter zoveel zon dat het rijpingsproces zeer snel ging en we maar drie keer langs de bomen konden gaan.

Bij Berben Fruit wordt rijdend geplukt. Dat wil zeggen dat we treintjes vormen van een trekker met vier wagentjes, waarop een kist staat. Deze rijden langzaam langs de bomen. De plukkers plukken zo’n 4-6 appels of peren in één keer en leggen deze in de kisten. Zij hoeven niet te tillen. Rijdend plukken vinden zij een prettige methode.

Direct na de pluk worden de appels en peren de koelcel in gereden om de kwaliteit te waarborgen.